werkvorm

Peerfeedback met ondersteuning

Leerlingen voorzien elkaar van feedback, ondersteund door een kijkkader

Omschrijving werkvorm

Als leraar LO lukt het vaak niet om een hele klas binnen een les van feedback te voorzien. Op deze wijze krijgen alle leerlingen toch enige feedback. Omdat feedback geven niet eenvoudig is zonder dat je veel kennis hebt, is een kijkkader daarbij zeker nodig. Vanuit een specifieke opdracht observeert een leerling of een groepje leerlingen de uitvoering van een of meerdere andere leerlingen. Hierna is er een moment voor informatie-overdracht.  
  • Zorg dat de succescriteria bij het betreffende leerdoel duidelijk zijn. 
  • Werk de succescriteria uit in een kijkkader: (single-point) rubric, een observatiekaart, mediakaart, etc.  
  • Benoem het leerdoel aan het begin van de les en besteed kort aandacht aan de succescriteria. 
  • Instrueer leerlingen in de peerfeedback vorm.  
  • Deel het kijkkader uit en start de activiteit op. 
  • Laat de observerende leerlingen de observaties bespreken met de geobserveerde leerlingen tijdens wisselmomenten.  
  • Leerlingen zijn geen beweeg-experts. Ze hebben dus laagdrempelige, duidelijke ondersteuning nodig om kwalitatief goede feedback te kunnen geven. Maak het kijkkader dus niet te ingewikkeld. 
  • Beperk de criteria waar leerlingen naar moeten kijken. Vaak is één criterium al genoeg (bijvoorbeeld: lukt het de aanvaller ‘uit de schaduw’ van de verdediger te komen?). 
  • Verwacht niet dat leerlingen dit direct goed kunnen (of willen) uitvoeren. Net zoals een beweegvaardigheid, moeten leerlingen deze (regel)vaardigheid leren. Zorg daarom ook voor ondersteuning door instructie, goede voorbeelden vanuit jezelf (modelleren), feedback-op-de-feedback, etc. 
  • Feedback geven is een vaardigheid, maar feedback ontvangen ook. Bij sommige leerlingen zal feedback van een medeleerling mogelijk emoties oproepen. Wees hier als docent alert op en grijp in wanneer dit voor onwenselijke situaties zorgt. 
  • Formuleer eventueel hulpvragen om leerlingen te helpen bij het geven van feedback. Plaats deze hulpvragen op het observatieformulier, of zet ze op een whiteboard. Feedback werkt het beste als het specifiek is (gericht op het succescriterium), concreet (wat zag je wanneer gebeuren?), opbouwend (wat zou je nog beter kunnen doen), en tijdig (direct na het uitvoeren van de activiteit). 
  • Benadruk dat leerlingen feedback geven op de taak, niet op de persoon. Complimenten mogen uiteraard ook, maar zijn altijd gekoppeld aan een concrete observatie. 

Een voorbeeld van een rubric voor turnen

 

 

Project IOL

Impuls Open Leermaterialen

Dit platform is ontwikkeld door Fontys Hogescholen, Instituut voor Sport en Bewegen, met steun van Impuls Open Leermateriaal als onderdeel van het Nationaal Groeifonds.