werkvorm

Accenten leggen

Leerlingen voeren een oefening meerdere keren uit, telkens met focus op een ander aandachtspunt.

Omschrijving werkvorm

Door tijdens het bewegen gericht aandacht te geven aan verschillende aspecten, ervaren leerlingen wat de succescriteria betekenen. Zo leren ze stap voor stap het leerdoel verkennen.

  1. Leg de activiteit uit en benoem drie aandachtspunten die samenhangen met de door jou geformuleerde succescriteria
  2. Zet leerlingen aan de slag met de leeractiviteit met focus op het eerste aandachtspunt.
  3. Leg na enige tijd de activiteit stil om met leerlingen te bespreken wat ze is opgevallen.
  4. Herhaal dit voor het tweede en derde aandachtspunt.
  5. Bespreek na afloop van de leeractiviteit wat voor leerlingen het verschil maakte (bijvoorbeeld: met welk aandachtspunt ze een stap in hun ontwikkeling konden maken).
  6. Maak een koppeling naar de succescriteria die bij het leerdoel horen.
  • Beperk het aantal aandachtspunten tot maximaal drie.
  • Gebruik korte reflectiemomenten tussen de rondes.
  • Houd de uitleg kort en laat de nadruk liggen op het ervaren.

Doelgebied: Leren bewegen – verbeteren beweegvaardigheid.

Beweegthema: terugslagspelen.

Leerdoel: De leerling kan in een spelsituatie in de rol van ontvanger de tijd tot bal/object-contact beperken

Succescriteria:

  • Tijdig de startpositie innemen
  • In de balbaan komen
  • In balans staan

 

Leeractiviteit – 2 vs 2 drieballen lijnbal

De twee spelers scoren een punt als de bal het speelveld van de tegenstanders raakt. Per team hebben zij één andere bal: de teambal. Deze bal mogen de teamgenoten alleen naar elkaar overgooien. Als de teambal op de grond komt krijgt de tegenstander een punt.

Uitvoering: Je legt de activiteit uit en geeft een voorbeeld. Je benoemt hierbij het leerdoel, maar legt de focus vooral op de drie aandachtspunten (de succescriteria). Daarna ga je nog eens extra in op het eerste aandachtspunt: tijdig de startpositie innemen. Je benoemt dat leerlingen hiervoor goed moeten kijken waar het bedreigde gebied is, een actieve houding aannemen en letten op de positie van hun teamgenoot.

Daarna zet je leerlingen aan de slag en vraagt ze om te letten op het tijdig innemen van de startpositie in het veld zoals net uitgelegd. Je loopt rond en observeert en legt, nadat leerlingen voldoende oefentijd hebben gehad, het spel kort stil op het eerste veldje. Je vraagt aan leerlingen hoe het verliep, welke successen en welke uitdagingen er waren. Afhankelijk van de respons geef je een tip of laat je leerlingen verder spelen. Je beweegt je hierna naar het volgende groepje, etc.

Na enige tijd oefenen met het eerste aandachtspunt voeg je een tweede aandachtspunt toe. De werkwijze is gelijk aan hierboven beschreven.

Na afloop van de leeractiviteit reflecteer je zelf kort in hoeverre jouw groep leerlingen de succescriteria begrijpen. Eventueel noteer je dit voor jezelf met een aanpassing voor de volgende les en/of enkele leerlingen die je opvielen of die mogelijk nog extra ondersteuning nodig hebben.

Weeldenburg, G., et al. (2020). Spelinzicht: een speler- en spelgecentreerde didactiek van spelsporten. Nieuwegein, Jan Luiting Fonds.

Project IOL

Impuls Open Leermaterialen

Dit platform is ontwikkeld door Fontys Hogescholen, Instituut voor Sport en Bewegen, met steun van Impuls Open Leermateriaal als onderdeel van het Nationaal Groeifonds.