werkvorm

Eerst doen dan denken

Leerlingen gaan eerst aan de slag en gaan daarna pas nadenken over leerdoelen en succescriteria

Omschrijving werkvorm

Als je direct aan het begin van een les de leerdoelen en succescriteria met je leerlingen deelt dan dringt de essentie hiervan vaak niet zo goed door. Vooral bij de introductie van nieuwe beweegthema’s is deze informatie voor leerlingen meestal nog niet betekenisvol. Bovendien willen leerlingen aan het begin van de les ook gewoon graag beginnen met bewegen. Bij deze werkvorm start je daarom de les altijd met een beweegactiviteit.

  1. Geef een korte instructie om de leerlingen snel aan het werk te zetten met de beweegactiviteit. Zorg uiteraard wel dat deze activiteit gekoppeld is aan het leerdoel van de les.
  2. Nadat leerlingen de activiteit een tijdje hebben ervaren leg je het stil en geef je kort uitleg over de leerdoelen (‘het doel van de komende lessen is om…’). Laat leerlingen nu in tweetallen bedenken wat mogelijke bijpassende succescriteria zijn. Daarna zet je leerlingen weer aan het werk.
  3. Leg het spel na een tijdje opnieuw stil, liefst op een moment waarop een bepaald succescriterium duidelijk naar voren komt. Vraag klassikaal welke aspecten bijdragen aan het succesvol uitvoeren van de beweegactiviteit. Noteer deze op een (white)board. Heb hierbij aandacht voor succes op verschillende vaardigheidsniveau’s, want iedere leerling moet op zijn of haar niveau succes kunnen beleven.
  4. Op deze manier ontstaat gedurende de (eerste) les een lijst(je) met succescriteria (gekoppeld aan de leerdoelen) waar je als docent waar nodig verdere uitleg bij kunt geven en ordening in kunt aanbrengen. Leerlingen ontwikkelen op deze manier kwaliteitsbesef.
  5. Start de hierop volgende lessen vervolgens op met een korte herinnering aan (een of meerdere van) deze succescriteria.
  • Zorg ervoor dat je zelf de leerdoelen en belangrijkste succescriteria vooraf helder hebt en dat deze bovendien op verschillende uitvoeringsniveaus te behalen zijn. Probeer echter de leerlingen wel op zijn minst het idee te geven dat ze invloed hebben op de uiteindelijke set met succescriteria. Wanneer er veel of juist weinig input is van leerlingen is sturing nodig van jou als leraar. Je kunt leerlingen laten stemmen bijvoorbeeld. Bij te weinig input kun je vanuit voorbeelden en gerichte vragen leerlingen doelgerichter laten kijken. 
  • Organiseer een beweegactiviteit die voor alle leerlingen haalbaar én uitdagend is. Gebruik bijvoorbeeld aangepaste spelvormen of werk op verschillende niveaus. 
  • Een alternatieve vorm is om na het eerste beweegmoment leerlingen de opdracht te geven om succescriteria per groep op een papier te noteren. Het bedenken van succescriteria is best een lastige vaardigheid voor leerlingen, zeker in de lagere groepen. Een overweging kan zijn dat leerlingen slechts 1 succescriterium per groepje uitwerken. 
  • Als leraar LO vervul je een minder aansturende en meer begeleidende rol dan je wellicht gewend bent. Je helpt vooral om het leerproces voor leerlingen te structureren, vragen te stellen en leerlingen zo uit te dagen om na te denken over de bewegingsuitdaging. Probeer zo weinig mogelijk voor leerlingen in te vullen en ze vooral zelf na te laten denken. 
  • Deze werkvorm is in te zetten in een klassikale les, maar ook goed bruikbaar in een vakkenles, waarbij groepjes leerlingen per vak nadenken over de criteria. 
  • Succescriteria zijn niet voor alle vaardigheden even makkelijk te bedenken. Zo zijn criteria voor tactische vaardigheden bij spel ingewikkelder om te bedenken dan voor een tipsalto bijvoorbeeld. 

Context: basketbal Havo 2

Leerdoel: De leerling kan binnen een doelspel vrijlopen en de bal ontvangen.

Les 1: er werd gestart met partijtjes basketbal 3-3 en 4-4 op 1 basket met recht van aanval halen. De leraar LO gaf hierbij weinig instructie zodat leerlingen snel aan de slag konden. Leerlingen kregen ook geen specifieke opdrachten mee. Na 10 minuten legde de leraar het spel stil en namen leerlingen plaats voor het whiteboard en gaven antwoord op twee vragen:

  • Hoe zorg ik ervoor dat ik goed de bal kan ontvangen?
  • Hoe kan ik goed vrijlopen?

Leerlingen dachten na over aspecten om dit succesvol uit te voeren. Er kwamen antwoorden als: ‘door snel van de tegenstander weg te bewegen’ en ‘door met gestrekte handen aan te geven dat je de bal kunt ontvangen’. De leraar haalde deze informatie op bij de leerlingen en bracht hier structuur in aan. Dit leidde uiteindelijk tot een set succescriteria waar leerlingen gedurende de lessen mee aan de slag gingen.

Project IOL

Impuls Open Leermaterialen

Dit platform is ontwikkeld door Fontys Hogescholen, Instituut voor Sport en Bewegen, met steun van Impuls Open Leermateriaal als onderdeel van het Nationaal Groeifonds.