werkvorm

Rangorde maken

Leerlingen zetten voorbeelden op volgorde van goed naar minder goed

Omschrijving werkvorm

Vergelijken zit in de menselijke natuur. En het is de basis van elke sport: wie is er beter? Leerlingen kunnen lang niet altijd goed succescriteria bedenken, zelfs als ze een voorbeeld van een beweging of andere vaardigheid zien. Toch slagen ze er vaak wel in om uit meerdere voorbeelden te kiezen welke ze de beste (of slechtste) vinden. Daarvan maakt deze werkvorm gebruik.  

Deze werkvorm kan zowel met foto’s of video’s van bewegingsvaardigheden als met geschreven producten of andere producten worden gedaan. In dit voorbeeld gebruiken we door leerlingen ingevulde werkboekjes.  

  • Selecteer drie werkboekjes die in een voorgaand jaar door leerlingen zijn ingevuld, en anonimiseer deze, zodat leerlingen niet kunnen weten wie ze hebben gemaakt. Markeer deze duidelijk als voorbeeld 1, voorbeeld 2, voorbeeld 3. 
  • Leerlingen maken twee- of drietallen; bij grotere groepjes is het namelijk te makkelijk voor leerlingen om zich te onttrekken aan de discussie. 
  • Leerlingen bespreken in welke volgorde ze de werkboekjes zouden plaatsen van goed naar minder goed. Ze bedenken per groepje twee argumenten waarom ze de beste beter vinden dan de nummer twee, én waarom ze vervolgens de tweede beter vinden dan de derde. 
  • Vraag plenair aan een aantal groepjes naar hun argumenten, of loop langs de groepjes om deze informatie te verzamelen.  
  • Schrijf op een whiteboard, smartboard of iets dergelijks de belangrijkste argumenten die verschillende groepjes noemen. 
  • Leidt uit deze argumenten, eventueel in een plenair onderwijsleergesprek met de leerlingen, succescriteria af. 
  • Maak vooraf duidelijk dat het er niet om gaat wie van de groepjes de volgorde ‘goed’ heeft, maar om te bepalen wanneer iets goed is (dus succescriteria). 
  • In plaats van als leraar noteren van de argumenten/succescriteria kun je leerlingen dat ook zelf laten doen, eventueel zelfs online met tools als Padlet, Mentimeter, Moodle enz. Daarbij is het echter wel belangrijk om ongewenste notities (scheldwoorden en dergelijke) te voorkomen; misschien is dit dus niet met alle groepen mogelijk. 
  • Je kunt deze werkvorm langer of korter maken door te variëren met de hoeveelheid werkboekjes, en door onderdelen al dan niet plenair te doen. 
  • Het kan voor sommige leerlingen handig zijn om het bedenken van argumenten voor te structureren door ze op papier een zin te laten aanvullen als: ‘Ik vind voorbeeld X beter dan voorbeeld Y omdat …..’ 
  • Video @@ 
  • Artikel @@ 
  • Blog @@ 

Project IOL

Impuls Open Leermaterialen

Dit platform is ontwikkeld door Fontys Hogescholen, Instituut voor Sport en Bewegen, met steun van Impuls Open Leermateriaal als onderdeel van het Nationaal Groeifonds.