werkvorm

Fout – Goed eigen voorbeeld

Vanuit een fout en goed voorbeeld door de leraar ontdekken leerlingen de succescriteria

Omschrijving werkvorm

Deze werkvorm helpt leerlingen om kwaliteit van bewegen te herkennen. Door te vergelijken tussen ‘goed’ en ‘minder goed’ leren ze concreet waaraan je kunt zien dat een leerdoel behaald wordt. De leraar maakt het verschil zichtbaar, benoemt de kenmerken en laat leerlingen actief meedenken. 
  • Kies een beweging of vaardigheid die zich goed leent voor visuele vergelijking. 
  • Bepaal vooraf 2–3 succescriteria die je wilt verhelderen. 
  • Kondig aan dat je twee voorbeelden laat zien: één waarin het nog niet lukt en één waarin het doel wél behaald wordt. 
  • Laat leerlingen observeren en daarna benoemen wat ze zagen. 
  • Noteer de reacties en verbind ze aan de succescriteria. 
  • Laat leerlingen de beweging vervolgens zelf uitvoeren met focus op één ontdekt criterium. 
  • Kies een oefening waarbij een fout voorbeeld duidelijk en veilig uit te voeren is. 
  • Zorg dat het verschil tussen fout en goed realistisch blijft. 
  • Vertel vooraf wat leerlingen moeten observeren. 
  • Gebruik humor om spanning te verminderen maar houd de focus bij leren. 
  • Laat leerlingen later zelf voorbeelden tonen. 
  • Herhaal deze werkvorm bij nieuwe leerdoelen zodat observatievaardigheden groeien. 
  • Video @@ 
  • Artikel @@ 
  • Blog @@ 

Project IOL

Impuls Open Leermaterialen

Dit platform is ontwikkeld door Fontys Hogescholen, Instituut voor Sport en Bewegen, met steun van Impuls Open Leermateriaal als onderdeel van het Nationaal Groeifonds.