werkvorm

Door de ogen van de leraar

Bekijk de korte video en benoem wat volgens jou de leraar belangrijk vindt

Omschrijving werkvorm

Door vanuit het perspectief van de leraar te kijken, leren leerlingen beter begrijpen wat kwaliteit van uitvoering betekent. Ze oefenen met observeren en redeneren over wat belangrijk is bij een vaardigheid. De leraar gebruikt de reacties om leerdoelen en succescriteria te verduidelijken. 
  1. Selecteer 2–3 korte video’s van herkenbare bewegingssituaties binnen het thema van de lessenreeks. Het is belangrijk dat leerdoel en succescriteria te koppelen zijn aan de bewegingssituatie. Als alternatief kun je een echte bewegingssituatie benutten, echter kunnen dan niet alle leerlingen meedoen als observator.
  2. Leg kort uit dat leerlingen moeten kijken “door de ogen van de leraar”: wat zou een leraar belangrijk vinden, waar zou zij op letten ?
  3. Speel de eerste video af en laat leerlingen individueel of in tweetallen nadenken.
  4. Bespreek de observaties klassikaal en noteer kernwoorden op een whiteboard.
  5. Koppel de genoemde punten aan de leerdoelen en succescriteria die centraal staan in de lessenreeks.
  6. Herhaal dit (op een later moment, of in een volgende les) met één of twee nieuwe fragmenten.
  • Gebruik (indien mogelijk) video’s van echte leerlingen uit de klas of van eerdere lessen (vraag altijd eerst toestemming). Dan sluit het beter aan bij de belevingswereld van de leerlingen.
  • Kies fragmenten die een leerdoel of succescriterium van een vaardigheid duidelijk laten zien, en richt de aandacht van de leerlingen daarop. Dit voorkomt dat ze zaken gaan benoemen die nu niet relevant zijn.
  • Laat leerlingen altijd eerst kort nadenken voordat ze hardop zeggen wat volgens hen belangrijk is, zodat iedereen actief kijkt.
  • Houd de bespreking kort en doelgericht.

Turnen – zwaaien. Leerdoel: de leerling kan zwaai vermeerderen en een halve draai in en uit maken.

Leerlingen bekijken het volgende videofragment (link) en verplaatsen zich in de leraar LO. Waar zou de leraar op letten? Wat zijn belangrijke aspecten om deze vaardigheid te laten lukken?

In de korte nabespreking noemen leerlingen mogelijk aspecten als ‘benen opzwaaien’, ‘onder de ringen afzetten’ en ‘draaien op het hoogste punt’. Dergelijke aspecten zijn eenvoudig aan het leerdoel te verbinden als succescriteria. Als leraar kun je deze criteria nog wat verder verrijken en aanvullen: ‘benen actief opzwaaien’, ‘afzetten onder het ophangpunt’ en ‘draaien vanuit de tenen op het dode punt’.

Project IOL

Impuls Open Leermaterialen

Dit platform is ontwikkeld door Fontys Hogescholen, Instituut voor Sport en Bewegen, met steun van Impuls Open Leermateriaal als onderdeel van het Nationaal Groeifonds.